Wandeling arboretum Tervuren 21 mei 2026

Wandeling arboretum Tervuren 21 mei 2026

Gids Jan De Broeck

op 21 mei 2026 om 15:00

We vertrekken aan de ingang voor ‘professionals’, ter hoogte van het huis van de boswachter van de Koninklijke Schenking, Eikestraat 102. De huidige boswachter is Kevin Knevels, een aangename Limburger die namen geeft aan de everzwijnen waarvan we de sporen intens zullen tegenkomen. De eerste drie everzwijnen heetten Gust, Julio en Iglesias.

We houden even halt aan de infoborden. Aan de linkerkant staat uitleg over het Zoniënwoud: 5000 ha bos, dat is 50 km2 verdeeld over Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Het grootste deel ligt in Vlaanderen.

Binnen dit Zoniënwoud ligt het geografisch arboretum van Tervuren. Een enclave want het arboretum behoort tot de Koninklijke Schenking en heeft dus ook zijn eigen boswachter.

Het arboretum werd opgericht in 1902 op een eigendom van koning Leopold II en vormt vandaag het meest aantrekkelijke publieke domein van het patrimonium, dat de koning enige tijd later overdroeg aan de Belgische natie. Het oorspronkelijke concept van de ontwerper, professor Charles Bommer, werd meer dan een eeuw lang doorheen de uitbreidingen en verjongingen gerespecteerd.

Het Geografisch Arboretum van Tervuren telt meer dan 30.000 bomen en struiken van meer dan 700 verschillende soorten, meldt Inverde. Deze bomen en struiken zijn afkomstig uit de gematigde klimaatzone van het noordelijk halfrond. Het arboretum is een 120 hectare groot deel van het Kapucijnenbos. 120 hectare lijkt zeer weinig te zijn maar het gaat dan enkel om de percelen die met bomen beplant zijn, niet om de grasvelden ertussen.

Op de site van het arboretum https://arboretum-tervuren.be/ is zelfs een interactieve kaart te vinden waarbij men van elk perceel de aangeplante boomsoorten kan zien.

https://api.mapbox.com/styles/v1/kevinknevels/ck46u86sc0jnb1cqmygqj18zz.html?fresh=true&title=view&access_token=pk.eyJ1Ijoia2V2aW5rbmV2ZWxzIiwiYSI6ImNrNDZ1NTlibzBsemIzZmxmcjd3bnh4YXgifQ.TFWFeiKYeqBhQcVhoDcKBQ#16.65/50.807637/4.504929

In 1902 wist men niet wat vandaag bekend is. Men kende toen wel al het bestaan van de ijstijden. De wetenschap kent het bestaan van ijstijden sinds 1837. In dat jaar introduceerde de Zwitserse bioloog en geoloog Louis Agassiz de 'ijstijdtheorie'. De laatste ijstijd was 11.700 jaar geleden. Op sommige plaatsen was de ijslaag 1 km dik. Verschillende planten- en diersoorten stierven toen uit.

Europa heeft aanzienlijk minder inheemse boomsoorten (ongeveer 450-500) dan vergelijkbare gematigde gebieden in Noord-Amerika en Azië (die elk rond de 1000 soorten tellen). Dit komt hoofdzakelijk door de geografische blokkades tijdens de ijstijden en de oriëntatie van de bergketens.

Hier zijn de belangrijkste oorzaken:

  • IJstijden en onoverkomelijke bergketens (Oost-West): Tijdens de laatste ijstijden trokken de gletsjers vanuit het noorden op. Planten en bomen moesten migreren naar warmere gebieden in het zuiden. In Noord-Amerika en Azië lopen bergketens vaak noord-zuid, waardoor soorten konden "ontsnappen" naar het zuiden. In Europa blokkeren bergketens zoals de Alpen, de Pyreneeën en de Karpaten, die oost-west lopen, in combinatie met de Middellandse Zee, de terugtocht. Veel boomsoorten raakten ingesloten en stierven uit omdat ze geen kant op konden.
  • Geografische barrières: De Middellandse Zee vormde een onneembare barrière voor het zuidwaarts migreren van planten.
  • Minder "refugia" (vluchtplaatsen): Omdat de wegen naar het zuiden werden afgesloten, waren er in Europa minder gunstige locaties waar soorten konden overleven (refugia) dan in Azië of Noord-Amerika.
  • Trage herbevolking: Na het einde van de ijstijden moesten soorten vanuit de weinige overgebleven zuidelijke gebieden (zoals de Balkan, Italië en Spanje) terugkeren naar het noorden. Door de geografische barrières verliep dit herstelproces in Europa veel trager en minder efficiënt dan op andere continenten.

Maar wat men in 1902 nog niet wist was de continentendrift. De theorie van continentale drift, in 1912 voorgesteld door Alfred Wegener, stelt dat de continenten ooit één groot supercontinent vormden, Pangaea genaamd. Volgens deze theorie zijn de continenten sindsdien uit elkaar gebroken en langzaam naar hun huidige posities gedreven. In 1912 vond Wegener nauwelijks geloof in zijn theorie maar later geologisch onderzoek bevestigde zijn theorie.

Wat uniek is aan het geografisch arboretum van Tervuren is dat de bomen aangeplant zijn volgens een landkaart en niet gegroepeerd volgens soort zoals in Groenendaal. Er was nogal wat fascinatie voor wat wij de nieuwe wereld noemen, en vooral Noord-Amerika.

Arboretum Tervuren 1

Op onze wandeltocht van vandaag gaan wij boomsoorten aantreffen uit regio’s in Noord-Amerika met inbegrip van de verdwaalde groep 10 die staat voor Chili en Argentinië.

Wij beginnen met groep 8a Idaho en Montana en ontmoeten de volgende soorten:

  • De Pseudotsuga menziesii of Douglasspar
  • De Abies grandis of reuzenzilverspar
  • Thuja plicata of reuzenlevensboom

Daarna komen we aan groep 7 California en stuiten op:

  • Calocedrus decurrens of wierookceder
  • Sequoiadendron giganteum of reuzensequioa waar de meeste bezoekers zich toe aangetrokken voelen.

We lopen voorbij de enigszins verdwaalde groep 10 Chili en Argentinië en komen daar de araucaria’s of apenverdriet tegen.

 AraucariaAraucaria

Via een stuk van de Koninklijke Wandeling, de Kapucienendreef en de Droge Vijverdreef keren we terug naar de startplaats.

We houden onderweg nog even halt bij een van de aanplantingen van het arboretum en zien daar enkele jonge juniperus of jeneverbessen staan.

 Jan De Broeck

Fotogalerij: https://photos.app.goo.gl/5T2fsMPt8QfuCSoc7

 

 

 

 

 

 

 

 

Labels: